Het is zaterdagmiddag op een van de vele sportparken in Eindhoven. De High Tech Campus glinstert in de verte, en in de sportkantines ruikt het naar koffie en natte voetbalschoenen. Voor de Eindhovenaar is sport de hartslag van de wijk. Maar die hartslag hapert.
Terwijl we 2026 vieren als het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger, zien we een schaduw over onze velden of sporthallen vallen. Een schaduw die niet hoort bij de passie van het spel, maar bij de hardheid van de samenleving.
De grens die vervaagt
Stel je voor: Pieter, die al tien jaar de hockeywedstrijden van de jeugd fluit in zijn vrije uren. Of Ellen, die na een drukke werkdag bij ASML de warming-up verzorgt voor de atletiekvereniging. Het zijn de vrijwilligers die als eersten het sportpark oprijden als de stad nog slaapt en de laatsten die het licht uitdoen als de kantine leeg is. Maar ook de bestuursleden die tot laat in de avond vergaderen over begrotingen, veiligheid en beleid, of de wedstrijdsecretaris die om elf uur ’s avonds nog probeert dat ene gat in het schema te dichten omdat een scheidsrechter ziek is geworden. Zij zijn de ‘onbezongen helden’ waar de Verenigde Naties dit jaar bij stilstaan.
Maar de realiteit in Eindhoven is soms bitter. Een foute beslissing, een vermeende overtreding, en de sfeer slaat om.
- De verbale agressie: “Heb je je diploma bij een pakje boter gekregen?” is nog een van de mildere opmerkingen die over de boarding vliegen.
- De intimidatie: Ouders die na de wedstrijd de vrijwilliger opwachten bij de fietsenstalling om “even te praten” op een toon die niets met dialoog te maken heeft.
- De druk: De vrijwilliger wordt niet langer gezien als mede-clublid, maar als een ‘dienstverlener’ die perfectie moet leveren voor een prijs van nul euro.
Het is wrang dat juist deze mensen, die hun vrije tijd opofferen voor het plezier van anderen, steeds vaker te maken krijgen met ongeduld en agressie
Eindhoven: Stad van samenwerking, niet van tegenwerking
In een stad waar we gewend zijn om complexe problemen op te lossen door samen te werken, lijkt die samenwerking op het sportveld of in de sporthal soms ver te zoeken. Wanneer een vrijwilliger wordt uitgescholden, verliest niet alleen die persoon, maar de hele stad.
Als de Eindhovense Sportraad zien we de cijfers en horen we de verhalen als we vergaderen bij één van de vele sportverenigingen die onze stad rijk is: de bereidheid om te fluiten, te coachen of te besturen neemt af. Niet omdat Eindhovenaren niet willen helpen, maar omdat ze weigeren de boksbal van andermans frustratie te zijn.
4 Eindhovense V’s
NOC*NSF, de sportbonden, de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) en gemeenten hebben samen vier basiseisen voor sociale veiligheid in de sportsector ontwikkeld: de 4 V’s voor veiligheid. Eén van de vier V’s gaat over gedragsregels. Elke vereniging dient een gedragscode op te stellen, waarin opgenomen hoe we ons hebben te gedragen. Hier hoort respect en waardering voor onze vrijwilligers in thuis.
2026: Het jaar van de vrijwilliger
Het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger mag in Eindhoven geen papieren tijger zijn. We roepen elke sporter, elke ouder en elke supporter op om de spiegel voor te houden:
- Herken de mens: Achter dat scheidsrechters shirt zit een buurman, een collega, een vader.
- Slik de kritiek in: Een fout is onderdeel van de sport. De reactie op die fout is een keuze.
- Waardeer de inzet: Zonder die vrijwilliger die om 08:00 uur de poort opent, is er simpelweg geen wedstrijd.
Onze belofte
Eindhoven is een stad die vooruitkijkt. Laten we 2026 gebruiken om een nieuwe standaard te zetten. Een standaard waarin we agressie niet langer ‘onderdeel van de emotie’ noemen, maar simpelweg onacceptabel vinden.
Laten we ervoor zorgen dat onze vrijwilligers zich in dit ‘erejaar’ niet alleen gesteund voelen door een vrijwilligerspenning, oorkonde of Sport Award, maar door het respect van iedereen langs de lijn. Want in Eindhoven maken we de toekomst samen — en die toekomst begint met een simpel: “Bedankt dat je er bent.”
“Vrijwilligers zijn niet gratis omdat ze niets waard zijn, maar omdat ze onbetaalbaar zijn.”
